De borst

U bevindt zich hier: Borstkanker Ľ Anatomie van de borst

Anatomie van de borst

De borst is opgebouwd uit klierweefsel en vetweefsel. De weefselstructuur zit onder de huid met aan de voorzijde de tepel, die donker is gekleurd en daaromheen de tepelhof. Ook de tepelhof is donkerder gekleurd en hierin zitten hele kleine kliertjes die geen betekenis hebben voor de melkproductie. Aan de onderkant ligt de borstklier tegen de borstspier aan.

Bij de geboorte, zowel bij jongens als bij meisjes, zijn er 10 tot 15 gangetjes die in de tepel uitmonden. Bij het begin van de puberteit beginnen deze gangetjes bij meisjes, onder invloed van het vrouwelijke hormoon oestrogeen, uit te groeien tot buisjes. Deze buisjes vertakken zich als het ware steeds verder uit, nu onder invloed van het andere vrouwelijke hormoon progesteron, en er ontstaan kliertjes aan het eind van deze buisjes. Die kliertjes produceren na een bevalling de moedermelk. In totaal ontstaan er ongeveer 15 tot 20 klierkwabben gescheiden van elkaar door schotten en gelegen in vetweefsel. De hoofdbuisjes van die klierkwabben monden allemaal uit in melkgangen (ongeveer 15 tot 25). Van die melkgangen gaat een aantal samensmelten tot melkruimtes en die melkruimtes staan in verbinding met de tepel.

Tijdens een zwangerschap gaan de buisjes en het klierweefsel zich nog verder ontwikkelen. De hoeveelheid vetweefsel neemt af. Dit alles ter voorbereiding op het kunnen geven van borstvoeding na de bevalling. De verkleuring van de tepel en de tepelhof wordt sterker.

Een kanker gezwel van de borst ontstaat het meest in de melkgangetjes (ductaal carcinoom), minder in de klieren (lobulair carcinoom).

Lees verder over het ontstaan van borstkanker (de oorzaak) -->


(Advertentie)



U bevindt zich hier: Borstkanker Ľ Anatomie van de borst
(Advertentie)
Print deze pagina uit Print deze pagina
Voeg Borstkankerinfo.nl toe aan je favorieten! Favorieten
(advertenties)