Operatie (chirurgie)

U bevindt zich hier: Borstkanker Ľ Behandeling Ľ Operatie (chirurgie)

Operatie (chirurgie) bij borstkanker

Door het bevolkingsonderzoek wordt borstkanker in veel gevallen vroeg ontdekt, vroeg genoeg om de tumor operatief te kunnen verwijderen. Afhankelijk van de grootte van de tumor en het aantal tumoren, zijn er bij opereren grofweg twee mogelijkheden:

  • Borstbesparende operatie
  • Borstamputatie

Tussen een borstbesparende operatie en volledige amputatie is nog meer mogelijk, zoals gedeeltelijke verwijdering van de borst.

Borstbesparende operatie

In eerste instantie wordt geprobeerd de borst te behouden. Daarbij wordt de tumor verwijderd, samen met een rand van gezond weefsel van ongeveer 1 cm. Om achtergebleven tumorcellen te vernietigen, volgt altijd nog bestraling. Een borstbesparende operatie wordt ook wel tumorectomie of lumpectomie genoemd.

Voor de overlevingskansen maakt het niet uit of de hele borst wordt verwijderd of een borstbesparende operatie wordt uitgevoerd. Wel is de kans dat er tumoren terugkomen iets groter bij een borstbesparende operatie, namelijk 1 tot 2 procent (vergeleken met 0,5 tot 1 procent bij borstamputatie). In dat geval zal alsnog borstamputatie plaatsvinden.

De volgende factoren spelen een rol bij de beslissing over te gaan tot een borstbesparende operatie:

  • De tumor moet in zijn geheel te verwijderen zijn. De bespaarde borst moet er na de operatie bovendien acceptabel uitzien. Is de tumor of het tumorgebied te groot ten opzichte van de borst (meer dan 3 tot 5 cm), dan is het in de meeste gevallen niet mogelijk de borst te sparen. In een enkel geval wordt ervoor gekozen de te grote tumor voorafgaand aan de operatie te behandelen met chemotherapie. Wordt de tumor daardoor voldoende verkleind, dan kan hij alsnog worden verwijderd.
  • De locatie van de tumor. In het algemeen is een tumor het best te verwijderen als deze aan de kant van de oksel zit (in vergelijking tot de binnenkant van de borst).
  • De leeftijd van de patiŽnt en erfelijkheid. Hoe jonger de patiŽnt, hoe groter de kans op terugkeer (recidief) van de tumor. Dit laatste geldt ook wanneer er sprake is van genetische aanleg voor borstkanker.

Borstamputatie

Is de tumor te groot of zitten er meerdere tumoren in de borst, dan wordt de hele borst weggenomen. Daarbij worden ook alle okselklieren en zo nodig de borstspieren en lymfeklieren, inclusief schildwachtklier, verwijderd. Dit wordt radicale borstamputatie of mastectomie genoemd. Indien de borstspieren en lymfeklieren niet door kankercellen zijn aangetast, kan er overigens voor worden gekozen deze te behouden. Borstamputatie wordt ook wel ablatio genoemd.

De volgende factoren spelen onder andere een rol bij de keuze de borst te verwijderen:

  • De tumor of het tumorgebied is te groot ten opzichte van de borst om te worden verwijderd.
  • Bij een borstbesparende operatie blijken er kankercellen in de snijranden van de tumor te zitten.

Hoewel na een borstamputie niet standaard bestraling plaatsvindt, kan daar in sommige gevallen toch toe worden besloten.

Okselklierverwijdering

Uitzaaiingen van kankercellen in de borst lopen via de okselklieren. Daarom worden bij borstamputatie vaak ook alle lymfeklieren in de oksel verwijderd. Natuurlijk is dat niet nodig als er geen uitzaaiingen in de lymfeklieren worden aangetroffen. Om dit na te gaan, worden allereerst mogelijk verdachte klieren opgespoord met een echo. Blijken die aanwezig, dan worden ze op uitzaaiingen onderzocht en volgt bij een positieve uitslag een okselklierverwijdering, ook wel okselklierdessectie of okselkliertoilet genoemd.

Worden er in eerste instantie geen uitzaaiingen aangetroffen, dan volstaat het de eerste lymfeklier in de oksel, schildwacht- of poortwachtklier genoemd, te onderzoeken op kankercellen. Zijn er in de schildwachtklier geen uitzaaiingen gevonden, dan is de kans klein dat de lymfeklieren die wel bevatten. In dit geval kunnen de lymfeklieren bespaard blijven. Worden er wel uitzaaiingen in de schildwachtklier aangetroffen, dan worden de overige klieren ook onderzocht of verwijderd. Dit is een tamelijk zware ingreep waarbij er tussen de tien en twintig klieren worden weggehaald.

Mogelijke bijwerkingen na okselklierverwijdering

Omdat samen met de okselklieren ook bloedvaatjes en gevoelszenuwen worden verwijderd, zijn er bijwerkingen mogelijk. De belangrijkste daarvan zijn:

  • Bewegingsbeperking van de schouder
  • Zenuwpijn en gevoelloosheid van de arm
  • Lymfe-oedeem (vochtophoping in de arm)

Lymfe-oedeem

Lymfe-oedeem kan ontstaan doordat de lymfevaten zijn verwijderd en de aan- en afvoer van vocht en eiwitten in de lymfevaten is verstoord. De symptomen van lymfe-oedeem zijn: een zwaar gevoel in de arm, pijn of moeite met het bewegen van de arm en zwelling. De klachten kunnen overgaan, maar ook het hele verdere leven van de patiŽnt aanhouden. Afhankelijk van de precieze behandeling is de kans op lymfe-oedeem tussen de 3 procent (alleen bestraling van het okselgebied) en 25 procent (okselklieroperatie en bestraling). De kans op lymfe-oedeem na operatie met okselklierverwijdering blijft het hele verdere leven aanwezig. De patiŽnt kan zelf maatregelen treffen om de kans op het ontstaan van lymfe-oedeem te verkleinen, zoals regelmatige beweging en voldoende rust van de arm. Een fysiotherapeut kan een behandelplan opstellen.

Borstamputatie met reconstructie

Bij minder ernstige gevallen van borstkanker, waarbij na de operatie geen bestraling nodig is, wordt tijdens de operatie borstconstructie toegepast. Dit kan een belangrijk psychologisch voordeel hebben en is daarom, indien mogelijk, het overwegen waard.

Lees verder over bestraling bij borstkanker -->


(Advertentie)



U bevindt zich hier: Borstkanker Ľ Behandeling Ľ Operatie (chirurgie)
(Advertentie)
Print deze pagina uit Print deze pagina
Voeg Borstkankerinfo.nl toe aan je favorieten! Favorieten
(advertenties)